Waarmee/waaruit



MIJN MIDDELEN

Ik heb de gesproken taal en mijn lichaamstaal als middelen om optimale suggestie te bewerkstelligen, en vind het heerlijk om improviserend te vertellen. Soms heb ik behoefte aan muziek. Dan werk ik graag met muzikanten.

Maar, eerder en belangrijker, ik heb ritme en
muzikaliteit in mijn wijze van vertellen.


Als ik vertel houd ik van visuele soberheid. Op een kaal toneel kan ik mij snel verplaatsen door tijd en ruimte. Ook kan ik daar snel wisselen van actie naar innerlijke bespiegeling. Daar heb ik geen volgspot of decor voor nodig. Enkele attributen volstaan meestal, of ik laat zelfs dat achterwege. Soberheid geeft vrijheid.
Er zijn zelfs vertellingen (Gilgamesj, Ramayana, Het ongekende leven van J.) die ik half lezend, half vertellend over het voetlicht breng. Dit om alle aandacht te richten op de vertellende en de beeldend kracht van taal. 


MIJN BRONNEN

De bronnen waaruit ik put voor mijn vertellingen en voorstellingen zijn er vele:
*     Het paradoxale leven zelf.
*     De waan én de kracht van onze tijd en onze overdenkingen daarbij.
*     Onze sprookjes en mythen, onze heilige en onheilige boeken.
*     De (bijna verloren gegane) tradities.
*     De grote (theater) literatuur.

Ik laaf mij aan deze bronnen...
Ik luister en lees, kijk, denk na...

Ik ga op onderzoek uit!


Stoel