Dodendans -een apocalyps

 

 

In een zweterig feestlokaal –

         tot na de komma uitverkocht,

         overladen met dolgedraaid, hikkend en likkend volk,

         plakkerig in hun komisch bedoeld opblaaspak gewurmd,         

         vermomd als gebraden kalkoen, Sumoworstelaar of

         potloodventer, quasi onherkenbaar als Alpenmeisje of

         Disney-piraat, als non met onaangenaam harde plasticborsten

         op het te korte habijt genaaid, flirtend naar paters en prelaten met

         hun pullen verschaald, met lauw water aangelengd bier staat -

naast een driemansorkestje 

         met overstuurd denderende

         elektronicaklank en inblikgalm –

roerloos en onbewogen:

De Dood. 

Te lang gemedicaliseerd.

Verbannen. Doodgezwegen. Te lang.

 

Stoel